zzp’ers
Néerlandais
Forme de nom commun
| Nombre | Singulier | Pluriel |
|---|---|---|
| Nom | zzp’er | zzp’ers |
| Diminutif | zzp’ertje | zzp’ertjes |
zzp’ers \zɛtzɛt'pejərs\ masculin
- Pluriel de zzp’er.
De partij blijkt vooral te kunnen rekenen op de stem van interim-professionals, zzp’ers in de zakelijke dienstverlening en die van zelfstandigen met een inkomen van meer dan een ton.
— (« VVD minder populair onder zzp’ers, D66 bezig met comeback », De Telegraaf, 29 octobre 2025 → lire en ligne)- La traduction en français de l’exemple manque. (Ajouter)
Références
- « zzp’ers », dans Union de la langue néerlandaise, Woordenlijst Nederlandse Taal, 2015 → consulter cet ouvrage